Goede slaapgewoonten ontwikkelen
Je bent doodmoe omdat je baby of peuter je slaappatroon helemaal in de war stuurt. Welke ouder kent dat gevoel niet? Daarom is het zo belangrijk dat je kind een goed en regelmatig slaappatroon ontwikkelt. En daar kun je bij helpen als jonge ouder.
Het is belangrijk te begrijpen hoe kinderen slapen. Allemaal slapen we in zich herhalende cycli van diepe slaap, lichte slaap, droomslaap, wakker worden en weer gaan slapen. Bij een baby duurt zo’n cyclus ongeveer 45 minuten, bij volwassenen is een cyclus dubbel zo lang. Het is dus heel normaal dat je baby regelmatig wakker wordt.
In de eerste drie levensmaanden hebben baby’s een onregelmatig slaappatroon. Hun brein is heel actief tijdens de slaap, je ziet ze dan ook veel bewegen, grimassen trekken, geluidjes maken…
Later komen er langere perioden van diepe slaap, waarin de baby rustig ligt te dutten. Rond zes maanden kunnen baby’s al een paar uur na elkaar wakker blijven, en zijn de perioden van slaap ook al wat langer. Rond negen maanden hebben de meeste baby’s een goed slaapritme ontwikkeld. Ze hebben nu meer vaardigheden en kunnen zichzelf al wakker houden om niets te missen van de boeiende wereld om hen heen.
Geduld is nodig om kinderen een eigen slaappatroon te laten ontwikkelen. Als ouder kun je je baby helpen.
1. Zorg voor een rustige en veilige slaapplek voor je baby.
Het babybed moet veilig zijn, ongeacht of je baby nu al dan niet in een aparte ruimte slaapt. Laat je baby op zijn rugje slapen, op een niet te zachte matras en zonder hoofdkussen.
2. Breng regelmaat in het leven van je baby.
Leer je baby kennen, probeer erachter te komen wat hij wil zeggen als hij huilt. Zorg voor een zo regelmatig mogelijk schema van slapen, eten, wakker zijn, slapen…
3. Zorg voor een bedtijdritueel.
Zodra regelmaat ontstaat in het slaappatroon van je kind is het goed om voor het slapengaan dezelfde routine aan te houden: pyjama aan, liedje zingen, kusjes geven en naar bed. Dat zorgt voor voorspelbaarheid, rust en veiligheid voor je kind.
4. Leg je kind wakker in bed.
Leer je kind alleen in te slapen. Zo zal het ook makkelijker opnieuw kunnen inslapen als het wakker wordt. Vermijd dat de baby inslaapt tijdens de voedingen. Zo leert hij dat hij geen eten nodig heeft om te kunnen inslapen.
5. Maak een onderscheid tussen dag en nacht.
Het is niet altijd nodig om meteen naar je kind toe te rennen als het ’s morgens wakker wordt. Als je kind rustig is, laat het dan even spelen tot het tijd is om op te staan. Als je kind overdag slaapt, is het niet nodig de kamer helemaal donker te maken of alle geluid te bannen.
Als kinderen wat ouder worden, blijft een regelmatig dag-nachtritme belangrijk: een vast uur van opstaan en slapengaan, een leuk ritueel voor het slapengaan. Dat zal je kind helpen om op een rustige manier de overgang van dag naar nacht te maken.

Vorige edities










