Wat je moet weten over een gedragskaart
De broers of zussen in het gezin dezelfde gedragskaart geven, heeft geen zin. Je kunt de anderen wel betrekken bij de beloning, of een eigen gedragskaart geven als ze ook wat extra stimulans nodig hebben…
Hoe ga je als ouder te werk? Volg acht stappen:
- Beschrijf kort, duidelijk en op een positieve manier het gedrag waarvoor je de kaart wilt gebruiken. Bijvoorbeeld: ‘aan tafel blijven zitten’ in plaats van ‘niet van tafel lopen’.
- Laat je kind stickers, stempeltjes, punten of andere dingen verdienen voor gewenst gedrag.
- Je voorziet een kleine beloning als je kind een bepaald aantal stempels of stickers verdiend heeft. Samen met je kind kun je een beloning uitkiezen. Dan ben je er zeker van dat het zich daarvoor wilt inspannen. Dure, materiële beloningen zijn niet nodig.
- Bepaal op voorhand de regels van het spel: op welke manier en hoe vaak kan je kind stickers of stempels verdienen? Hoeveel stickers of stempels moet het kind verdienen om een beloning te krijgen? Stel eerst een aantal makkelijk te behalen doelen, zodat je kind snel succes kan boeken.
- Geef een complimentje als je kind het gewenste gedrag stelt en geef een sticker of een stempel op de kaart.
- Geef de afgesproken beloning als je kind het doel bereikt heeft. Neem nooit stickers, stempels of beloningen af die je kind al verdiend heeft.
- Verminder het aantal beloningen naarmate je kind het nieuwe gedrag of de nieuwe vaardigheid goed onder de knie heeft. Maak het te behalen doel moeilijker of de periodes langer…
- Stop na verloop van tijd met de gedragskaart; beloon nog steeds maar doe dat onvoorspelbaar. Blijf wel regelmatig je kind prijzen!
Voorbeeld: ‘Ik blijf aan tafel zitten'
Smiley = aan tafel gebleven
Blauw vakje = beloning
Er zijn geen lege vakjes. Als het kind niet aan tafel is blijven zitten, wordt er niets genoteerd.











