Ja, mijn kind moet van alles leren
Maar hoe begin je eraan?
Kinderen die positief opgevoed worden, voelen zich prettiger. Ouders die positief opvoeden, genieten meer van het ouder zijn. Wetenschappers hebben dat bewezen. Hilde Weekers staat nu stil bij de manier waarop ouders hun kinderen nieuw gedrag en vaardigheden kunnen aanleren.
TIP 1: TOON VOORBEELDGEDRAG
Hilde Weekers: “Als ouder heb je vast wel eens de ervaring gehad dat je kind iets doet en dat je daarin jezelf herkent. Kinderen leren veel door te kijken naar anderen, in de eerste plaats naar hun ouders. Wanneer je je kind iets nieuws wilt aanleren, is het dus een goed idee om zelf het goede voorbeeld te geven. Als je wilt dat je kind beleefd spreekt tegen anderen, wees dan zelf ook beleefd. Vind je het belangrijk dat je kind netjes eet aan tafel? Geef dan het goede voorbeeld door zelf ook netjes te eten.
“Ook praktische vaardigheden leren kinderen vaak door te kijken naar hoe anderen het doen. Door af te kijken, leren ze gereedschap te gebruiken, een grasmaaier aan te zetten…”
TIP 2: SPEEL IN OP SPONTANE LEERMOMENTEN
Hilde Weekers: “Elke dag zijn er vele momenten waarop je je kind op een positieve en spontane manier dingen kunt leren. Vraagt je kind informatie of hulp bij een activiteit of komt je kind je wat vertellen? Op die momenten is het zelf gemotiveerd om iets nieuws te leren. Geef je kind dan zoveel mogelijk aandacht. Moedig het aan om zelf het antwoord of de oplossing te vinden. Pas als het niet lukt, kun je helpen. Je kind loopt bijvoorbeeld vast bij het puzzelen. Vraag dan: ‘Kijk eens even op de prent, zie je die kleur ergens?’ Als dat niet helpt, dan kun je zelf meer hulp geven. ‘Volgens mij past het stukje daar boven in de hoek.’ Leren moet wel leuk blijven! Als je kind niet reageert, dwing het dan niet maar geef zelf het goede antwoord. Er komen nog leerkansen genoeg.”
TIP 3. MAAK GEBRUIK VAN ‘VRAAG, ZEG, DOE’
Hilde Weekers: “Sommige vaardigheden zijn moeilijker onder de knie te krijgen. Denk maar aan je aankleden of je veters knopen. Die dingen kun je stapsgewijs aanleren. Hoe leer je ze bijvoorbeeld hoe ze hun haar wassen?
- Vraag je kind wat je eerst moet doen als je je haar wilt wassen.
- Als je kind het antwoord niet weet, zeg dan rustig wat de eerste stap is: ‘Eerst maak je je haar nat, laat maar eens zien hoe je dat doet.’
- Kijk eerst wat je kind zelf kan doen. Als het nog niet zo goed lukt, dan kun je helpen. Geef niet meer hulp dan nodig. Stop met helpen zodra je kind zelf meedoet.
- Beloon medewerking en succes met complimentjes. Door concreet te benoemen wat je kind goed doet, moedig je het aan om verder bij te leren. ‘Inderdaad, heel goed, eerst moet je je haar natmaken.’
- Herhaal die werkwijze bij elke stap en moedig je kind ondertussen aan. Bij elke volgende keer geef je wat minder hulp, totdat het de taak zelfstandig kan uitvoeren.
TIP 4. GEBRUIK EEN GEDRAGSKAART
Soms vraagt het aanleren van nieuw gedrag veel inspanning van een kind. Of je kind leert iets moeilijker aan. Een gedragskaart kan helpen om je kind extra te belonen en te tonen wat het geleerd heeft. Werken met een gedragskaart vraagt van de ouder een goede voorbereiding.
- Omschrijf precies het gedrag dat je kind moet leren, zodat het weet wat verwacht wordt. Voorbeeld: je jas aan de kapstok hangen als je thuiskomt.
- Spreek af welke beloning je kind ervoor krijgt. Elke keer een sticker op een kaart plakken bijvoorbeeld is voor jongere kinderen al een beloning op zich. Met grotere kinderen kun je bijvoorbeeld afspreken om samen een activiteit te doen of een activiteit bij te verdienen, zoals extra computertijd.
- Als je kind makkelijk de beloning verdient, en het nieuwe gedrag dus geleerd heeft, kun je de gedragskaart afbouwen. Geef altijd complimentjes als je kind iets bereikt heeft, zodat ze geleidelijk aan in de plaats komen van de beloningen.
- Nieuw gedrag en nieuwe vaardigheden aanleren, is niet altijd makkelijk. Neem daarom nooit stickers of beloningen weg die het kind al verdiend heeft.
Zie ook Tip van de Maand: de gedragskaart
Gouden regels 1 – 10
Positief contact bevorderen
1.Quality-time doorbrengen met kinderen
2.Praten met kinderen
3.Genegenheid tonen
Gewenst gedrag aanmoedigen
4.Complimentjes geven
5.Non-verbale aandacht geven
6.Boeiende activiteiten voorzien
Nieuw gedrag en vaardigheden aanleren
7.Het goede voorbeeld geven
8.Inspelen op spontane leermomenten
9.Vaardigheden in kleine stapjes opdelen: vraag, zeg, doe
10.Gedragskaarten gebruiken
Vragen aan het Triple Panel
Mijn partner helpt ons kindje altijd bij het omkleden. Ik doe dat niet omdat ik vind dat hij dat alleen moet doen. Is dat een goede houding?
Uiteraard is het voor kinderen duidelijker als beide ouders dezelfde verwachtingen hebben en dezelfde regels en grenzen stellen. Als je merkt dat je daarover van mening verschilt met je partner, dan neem je beter eens rustig de tijd om jullie visies op elkaar af te stemmen. Als ouders niet meer samenwonen, kunnen verschillende verwachtingen en regels ontstaan.
Binnen bepaalde grenzen kunnen kinderen heel goed om met verschillende situaties en opvoeders. Zelf consequent zijn, is dan wel de boodschap!
Ook belangrijk is dat je jezelf regelmatig de vraag stelt wat je van je kind zou mogen verwachten. Ga na welke vaardigheden het daarvoor heeft en welke het nog moet leren.
Wat doe je als je kind iets vraagt en je het antwoord niet weet?
Ouders zijn niet alwetend. Naarmate kinderen opgroeien, stellen ze steeds moeilijkere vragen. En soms moeten we het antwoord daarop schuldig blijven.
Ook dat is een belangrijk leermoment voor je kind: het leert dat grote mensen ook niet alles weten. Zo’n moment kun je dan aangrijpen om samen naar oplossingen te zoeken in de bib, op het internet of door bevriende ‘experts’ te bevragen. Help waar nodig, maar probeer het kind zo zelfstandig mogelijk zelf een oplossing te laten vinden.
Mijn partner steekt zijn chocomes in het botervlootje en ik kan dat niet hebben. Hoe kan ik mijn kinderen dan goede manieren aanleren?
Ook hier is het belangrijk dat jij en je partner over dergelijke ‘kleine ergernissen’ praten. Zoek afstemming en ga desnoods op zoek naar een compromis. Zeg wat je graag zou willen zien in plaats van wat je stoort in het gedrag van de andere. Hou er ook rekening mee dat andere vaardigheden, regels of gedragingen misschien belangrijker zijn.
Wat kan helpen, is dat jullie samen een aantal huisregels opstellen die gemakkelijk te onthouden zijn en die voor alle gezinsleden gelden – dus ook voor je partner. Zo kan het dan gebeuren dat anderen je partner op overtredingen van de regels wijzen.










