Ja, mijn kind moet rustig slapen

Hoe zorg je ervoor dat je kind heerlijk dut?
Eén op de drie kinderen onder de vijf jaar heeft problemen met inslapen of doorslapen. Kinderen willen niet naar bed op het afgesproken uur, ze komen steeds weer uit hun bed, ze verzinnen allerlei smoesjes om niet te moeten slapen, ze worden midden in de nacht wakker, ze kruipen bij jou in bed… In dit nummer bespreekt pedagoge Hilde Weekers wat je kunt doen als je kind een moeilijke slaper is.
Slaapproblemen hebben soms te maken met gewoontes die een kind heeft aangeleerd van jongs af: gewiegd worden om in te slapen, te veel aandacht als het wakker wordt, steeds ingaan op alle vragen van het kind… Andere slaapproblemen kunnen tijdelijk zijn en samengaan met veranderingen in het leven van het kind, zoals ziek zijn, opnieuw naar school gaan of slapen in een ander bed. Word jij als ouder geconfronteerd met problemen rond bedtijd? Wil je dat veranderen? Dan is het goed om daar tijd voor uit te trekken en een aantal dingen duidelijk af te spreken met je kind.
TIP 1: een vast tijdstip om te gaan slapen, met duidelijke regels
Vertel je kind wat bedtijd is en wat je van je kind verwacht bij het slapengaan. ‘Je gaat slapen als mama of papa het zegt.’ ‘Je blijft in bed.’
TIP 2: voer een dagelijks terugkerend ritueel in
Stel een dagelijks terugkerend ritueel in om je kind te helpen de overgang van dag naar nacht te maken. Voor jonge kinderen kun je het ritueel eventueel voorstellen met plaatjes op een blad, zodat het kind zelf ziet wat er hoort bij het naar bed gaan. ‘Eerst wassen, dan tanden poetsen en daarna lezen we nog een boekje.’
TIP 3: complimentjes of een beloning geven
Beloon je kind als hij in bed blijft. Prijs hem de volgende ochtend als hij rustig in bed is gebleven. In het begin kun je je kind extra belonen door iets leuks onder zijn kussen te leggen of je kind iets lekkers te laten kiezen bij het ontbijt.
TIP 4: negeer (geleidelijk) het protesteren en roepen
Een nieuw slaappatroon aanleren is altijd moeilijk, en in het begin zal je kind waarschijnlijk protesteren. Negeer alle protest en geroep als het kind eenmaal in bed ligt. Zo leert je kind dat roepen en huilen niet helpt om langer te mogen opblijven. Vind je het moeilijk om het geroep te negeren, doe het dan geleidelijker. Wanneer je kind in bed ligt, vertel dan dat je verwacht dat hij in bed blijft en dat je na vijf minuten komt kijken. Reageer niet meteen als je kind begint te huilen of roepen als je de kamer verlaat. Ga na vijf minuten terug en vertel je kind zacht maar beslist dat het tijd is om te slapen. Blijf niet langer dan 15 à 20 seconden in de kamer. Deze aanpak heeft als doel je kind en jezelf gerust te stellen dat alles in orde is. Herhaal het teruggaan en geruststellen tot je kind slaapt en verleng de tijd ertussen steeds. Blijf echter bij je plan om je kind te helpen andere slaapgewoonten aan te leren. Bij het aanpakken van slaapproblemen is een goede timing belangrijk. Start ermee als jij én je partner er klaar voor zijn, op een moment dat er tijd voor is. Pas na een paar dagen volhouden, zul je verandering merken. Slaap zacht.
VRAGEN AAN HET TRIPLE PANEL
Mijn zoon is zes jaar en plast nog regelmatig in zijn bed. Is dat normaal?
Bedplassen is een vaak voorkomend probleem. Ongeveer één kind op de acht plast op de leeftijd van zes jaar nog wel eens in bed. Jongens hebben vaker last van bedplassen dan meisjes. Vaak heeft het te maken met een nog niet volledige controle van de blaas. Bij kinderen die bedplassen zie je dat hun hersenen het sein dat de spieren rond de blaas doorgeven niet ontvangen. Hun spieren ontspannen zich en ze plassen in bed. Met ouder worden krijgen ze stilaan controle en lost het probleem zich vanzelf op. Een ander vaak voorkomende oorzaak van bedplassen is spanning of angst: de geboorte van een broertje of zusje, een ziekenhuisopname, voor het eerst naar school, een echtscheiding… Probeer dus na te gaan wat de oorzaak is. Tel het aantal keer dat je kind in bed plast. Is het elke nacht? Minstens één keer per week? Hoeveel nachten na elkaar blijft je kind droog? Dat kan je helpen om te bepalen of je verdere hulp wilt zoeken. Meestal zijn er geen medische redenen voor bedplassen. Het is ook een fabeltje dat veel drinken voor het slapengaan bedplassen zou veroorzaken.
Mijn kind wordt altijd rond 6 uur wakker door straatlawaai en wil dan uit bed. Wij slapen graag wat langer.
Het straatlawaai kun je niet wegnemen. Misschien kun je wel een rolluik installeren of van kamer wisselen. Lukt dat niet, sta dan even stil bij wat er gebeurt als je kind wakker wordt. Is je kind nog moe? Zoek dan naar een rustige plek – de zetel in de huiskamer, bij jou in bed – waar het verder kan uitslapen. Als een kind wakker wordt door lawaai, dan betekent dat vaak dat het (bijna) voldoende slaap achter de rug heeft. Dan heeft het geen zin je kind opnieuw te willen laten slapen. Belangrijker is om afspraken te maken. Mag het opstaan of moet het in zijn kamer blijven? Wat kan het doen om rustig alleen bezig te zijn? Als de afspraken eenmaal gemaakt zijn, leer je je kind dit nieuwe gedrag consequent toe te passen. Blijf je kind prijzen.
Mijn kind lijkt soms wakker maar hoort me niet. Wat is dat?
Oudere peuters en kleuters hebben wel eens nachtelijke angsten, vaak na hoge koorts of na een zeer drukke of stressvolle dag. Ze komen meestal voor tijdens de eerste uren van de slaap. Het kind kan praten of roepen op iemand of iets, zijn ogen kunnen open zijn met een starende blik en hij kan zich verzetten als iemand hem wil vasthouden. Ondanks die vreemde gedragingen, lijdt het kind niet, is het ook niet aan het dromen en is het evenmin wakker. ’s Morgens kunnen kinderen het zich meestal ook niet herinneren. Als je merkt dat je kind nachtelijke angsten heeft, dan kun je niet veel meer doen dan wachten bij je kind tot het voorbij is. Zorg ervoor dat het zich niet pijn kan doen. Als je kind meermaals nachtelijke angsten heeft, zoek dan professionele hulp.

Triple P - programma
Medewerker in de kijker
Thema zelfstandige kinderen
Thuis bij
Ouder in de kijker
Tiener in huis




