Mijn papa heeft me leren stappen, leren eten en leren spelen

...of wat kinderen zoal van hun ouders leren
Een bijdrage van Lander, Nick, Jousra, Kaowtar, Robin, Rimi en Mergim, bezoekers van Pardoes, een kinderwerking in het wijkhuis Den Brand in Turnhout. Deze kinderen tekenden en schreven mee. Ze poseerden ook voor de fotograaf.
Mijn mama heeft mij leren tandenpoetsen. Ze heeft mijn hand vastgepakt, de tandenborstel in mijn mond gestoken en dan heel de tijd op en neer. Toen ik 4 jaar was , kon ik mijn tanden zelf poetsen. Nu poets ik mijn tanden twee keer per dag, voor het slapen gaan en na het ontbijt. Ik heb nog maar één keer een gaatje gehad. (Mergim, 7 jaar)
Ik het begin kreeg ik 1 euro/week als ik gedurende één week elke keer drie minuten lang mijn tanden poetste. (Rimi, 11 jaar)
Ik heb leren voetballen door naar het stadspark te gaan en samen met mijn papa heel de tijd trucjes in te oefenen. Nu kan ik goed voetballen. Mijn papa kan nu niet meer voetballen want hij heeft zijn benen gebroken. Als het een belangrijke match is, komt heel mijn gezin wel kijken. (Rimi, 11 jaar)
Wij gaan heel graag met papa in het park wandelen. Soms gaan we ook naar de paarden en dan mogen we die strelen. (Lander, 8 jaar)
Mijn papa en mama hebben me leren zwemmen in de zee. Ik moest beginnen in ondiep water en met bandjes aan. Ook de turnleraar van de school heeft mij leren zwemmen. (Robin, 10 jaar)
Mijn mama zegt dat ik moet doorwerken als ik huiswerk maak. Ik mag niet treuzelen van haar. Ze neemt mijn papier en dan moet ik het juiste antwoord zeggen. Wat een geluk, we hebben nauwelijks huiswerk. (Nick, 13 jaar)
Mijn papa heeft mij leren fietsen. Eerst had ik een driewieler en dan heeft hij mij geduwd. Ik was bang en het lukte niet. Dan heeft hij mij vastgehouden met een grotere fiets. Ik moest alleen fietsen en na een tijdje lukte het. Nu kan ik bijna fietsen. Alleen over bulten durf ik nog vallen. Ondertussen leer ik al wel mijn jongste zusje van vijf jaar fietsen.
(Kaowtar, 12 jaar)
Mijn ouders zijn erg beleefd. Ik mag thuis geen vieze woorden zeggen, ook niet op school of in de wijk. Ik moet ook netjes eten. Nu ben ik beleefd van mijzelf. Als iemand onbeleefd tegen mij is, dan negeer ik dat. Onbeleefd zijn is niet goed, ook al omdat je kleine broers en zussen dat anders ook leren. (Jousra, 13 jaar)









