Voed jij je kinderen positief op? Doe mee met de grote Triple P Quiz
- Je komt laat thuis van je werk en wilt de kinderen toch op tijd in bed krijgen. Je wilt dus snel aan het eten beginnen. Hoe slaag je daarin?
- Je gaat ervan uit dat de kinderen even zichzelf moeten bezighouden, zodat je rustig kunt koken.
- Je vraagt de kinderen rekening te houden met het strakke tijdschema en zich flink zelf bezig te houden tot jullie aan tafel kunnen.
- Je zet de kinderen in gang met een activiteit en begint dan aan het bereiden van de maaltijd.
- Je hebt een drukke baan en ziet de kinderen ’s avonds vaak maar heel kort.
- Dat maak je in het weekend goed door extra veel quality-time met hen te hebben.
- Je probeert ’s avonds toch even tijd voor hen te maken, ook al is het kort.
- Je geeft hen af en toe een cadeautje, zodat ze merken dat je aan hen denkt.
- Als je kind al 10 minuten rustig aan het spelen is met een puzzel…
- Dan laat ik hem gewoon rustig verder spelen.
- Dan ga ik even bij mijn kind langs en zeg: wat ben jij rustig bezig met die puzzel en wat doe jij dat knap.
- Dan laat ik mijn kind weten dat de puzzel na afloop zeker opgeruimd moet worden.
- Jouw kind knuffelt niet graag. Wat doe je?
- Je houdt rekening met wat jouw kind aangenaam vindt en je zoekt naar situaties of tijdstippen waarop hij/zij dat wel fijn vindt, bijvoorbeeld bij het slapengaan.
- Je respecteert de wens van jouw kind om niet te knuffelen en vertelt dat je hem/haar graag ziet.
- Je wilt die gevoelens uiten en je kind moet het maar even ‘doorstaan’.
- Jouw kind komt thuis van school, is zijn boekentas vergeten maar moet nog een taak maken. Wat doe je?
- Je laat je kind zoeken naar mogelijke oplossingen en bekijkt samen welke de beste is.
- 't Is de eerste keer. Je schrijft een briefje voor de leerkracht.
- Jouw kind moet 's anderendaags uitleggen aan de leerkracht waarom de taak niet gemaakt is.
- Om je kind gedrag aan te leren dat je graag ziet, zoals zijn jas ophangen,…
- Geef je uitdrukkelijk aan wat je niet leuk vindt, zoals: ‘Ik vind het vervelend dat jassen op de grond liggen.’
- Zeg je: ‘Leer je het dan nooit, je weet toch dat we onze jas aan de kapstok hangen.’
- Hang je zelf je jas aan de kapstok bij het binnenkomen.
- Je kind speelt in de woonkamer met een bal. Nochtans is de afspraak dat er alleen buiten met de bal gespeeld mag worden. Wat doe je?
- Je zegt: ‘Je weet dat dat niet mag, wacht maar tot ik het aan je vader vertel, dan zwaait er wat.’
- Je pakt de bal af en stuurt je kind naar zijn kamer.
- Je zegt: ‘Weet je nog wat de afspraak was over spelen met de bal?’ Als je kind het niet meer weet, herinner je hem aan de afspraak en vraag je hem buiten te gaan spelen.
- Om je kind te leren zich te gedragen tijdens het winkelen, is het belangrijk:
- Enkele duidelijke regels af te spreken voor gewenst gedrag tijdens het winkelen.
- Te wachten tot het kind oud genoeg is om te weten hoe je je gedraagt in de winkel.
- Je kind streng toe te spreken telkens als het iets doet wat je niet wilt.
Triple P Quiz
Voed jij je kinderen positief op?
De antwoorden
Vraag 1: antwoord C.
Geef je kinderen even aandacht en zoek samen met hen uit wat ze kunnen doen tijdens het koken. Help hen zo nodig om de activiteit op te starten en check af en toe of alles nog goed gaat. Geef hen even aandacht, daarna kunnen zij, en jij ook, weer zelfstandig verder.
Vraag 2: antwoord B
Korte maar meer momenten van aandacht voor je kind zijn waardevoller dan één keer een lange tijd met hen doorbrengen. Kinderen genieten van de korte momenten waarop ze iets kunnen vertellen of waarop jullie samen iets doen. Die momenten zijn belangrijk voor een sterke band.
Vraag 3: antwoord B
Heel duidelijke, beschrijvende complimentjes vertellen je kind welk gedrag je leuk vindt en vergroten de kans dat je kind dat gedrag zal herhalen.
Vraag 4: antwoord A
Knuffelen wil zeggen dat je iemand graag ziet. Je moet wel rekening houden met wat je kind zelf leuk vindt: een stevige omhelzing lukt misschien niet, dicht bij elkaar op de bank zitten en samen tv kijken misschien wel.
Vraag 5: antwoord A
Problemen kunnen oplossen is een belangrijke vaardigheid in het leven. Begeleid je kind om een goede probleemoplosser te worden. Bedenk samen mogelijke oplossingen en kies samen de beste uit. Laat je kind de oplossing uitvoeren en bekijk samen of het werkt.
Vraag 6: antwoord C
Kinderen leren gedrag op verschillende manieren. Eén manier is gedrag nadoen. Als je iets verwacht van je kind, is het daarom goed om eerst zelf het goede voorbeeld te geven.
Vraag 7: antwoord C
Als kinderen zich aan de afspraak houden en het loopt af en toe eens mis, herinner het kind dan aan de afspraak. Zo geef je het de kans om te tonen dat het zich volgens de afspraak kan gedragen.
Vraag 8: antwoord A
Duidelijke regels, aangepast aan de leeftijd van je kind, vertellen je kind precies wat je verwacht. Op die manier leer jij je kind zich goed te gedragen.
-
Je komt laat thuis van je werk en wilt de kinderen toch op tijd in bed krijgen. Je wilt dus snel aan het eten beginnen. Hoe slaag je daarin?
-
Je gaat ervan uit dat de kinderen even zichzelf moeten bezighouden, zodat je rustig kunt koken.
-
Je vraagt de kinderen rekening te houden met het strakke tijdschema en zich flink zelf bezig te houden tot jullie aan tafel kunnen.
-
Je zet de kinderen in gang met een activiteit en begint dan aan het bereiden van de maaltijd.
-
-
Je hebt een drukke baan en ziet de kinderen ’s avonds vaak maar heel kort.
-
Dat maak je in het weekend goed door extra veel quality-time met hen te hebben.
-
Je probeert ’s avonds toch even tijd voor hen te maken, ook al is het kort.
-
Je geeft hen af en toe een cadeautje, zodat ze merken dat je aan hen denkt.
-
-
Als je kind al 10 minuten rustig aan het spelen is met een puzzel…
-
Dan laat ik hem gewoon rustig verder spelen.
-
Dan ga ik even bij mijn kind langs en zeg: wat ben jij rustig bezig met die puzzel en wat doe jij dat knap.
-
Dan laat ik mijn kind weten dat de puzzel na afloop zeker opgeruimd moet worden.
-
-
Jouw kind knuffelt niet graag. Wat doe je?
-
Je houdt rekening met wat jouw kind aangenaam vindt en je zoekt naar situaties of tijdstippen waarop hij/zij dat wel fijn vindt, bijvoorbeeld bij het slapengaan.
-
Je respecteert de wens van jouw kind om niet te knuffelen en vertelt dat je hem/haar graag ziet.
-
Je wilt die gevoelens uiten en je kind moet het maar even ‘doorstaan’.
-
-
Jouw kind komt thuis van school, is zijn boekentas vergeten maar moet nog een taak maken. Wat doe je?
-
Je laat je kind zoeken naar mogelijke oplossingen en bekijkt samen welke de beste is.
-
’t Is de eerste keer. Je schrijft een briefje voor de leerkracht.
-
Jouw kind moet ’s anderendaags uitleggen aan de leerkracht waarom de taak niet gemaakt is.
-
-
Om je kind gedrag aan te leren dat je graag ziet, zoals zijn jas ophangen,…
-
Geef je uitdrukkelijk aan wat je niet leuk vindt, zoals: ‘Ik vind het vervelend dat jassen op de grond liggen.’
-
Zeg je: ‘Leer je het dan nooit, je weet toch dat we onze jas aan de kapstok hangen.’
-
Hang je zelf je jas aan de kapstok bij het binnenkomen.
-
-
Je kind speelt in de woonkamer met een bal. Nochtans is de afspraak dat er alleen buiten met de bal gespeeld mag worden. Wat doe je?
-
Je zegt: ‘Je weet dat dat niet mag, wacht maar tot ik het aan je vader vertel, dan zwaait er wat.’
-
Je pakt de bal af en stuurt je kind naar zijn kamer.
-
Je zegt: ‘Weet je nog wat de afspraak was over spelen met de bal?’ Als je kind het niet meer weet, herinner je hem aan de afspraak en vraag je hem buiten te gaan spelen.
-
-
Om je kind te leren zich te gedragen tijdens het winkelen, is het belangrijk:
-
Enkele duidelijke regels af te spreken voor gewenst gedrag tijdens het winkelen.
-
Te wachten tot het kind oud genoeg is om te weten hoe je je gedraagt in de winkel.
-
Je kind streng toe te spreken telkens als het iets doet wat je niet wilt.
-
Triple P Quiz
Voed jij je kinderen positief op?
De antwoorden
Vraag 1: antwoord C.
Geef je kinderen even aandacht en zoek samen met hen uit wat ze kunnen doen tijdens het koken. Help hen zo nodig om de activiteit op te starten en check af en toe of alles nog goed gaat. Geef hen even aandacht, daarna kunnen zij, en jij ook, weer zelfstandig verder.
Vraag 2: antwoord B
Korte maar meer momenten van aandacht voor je kind zijn waardevoller dan één keer een lange tijd met hen doorbrengen. Kinderen genieten van de korte momenten waarop ze iets kunnen vertellen of waarop jullie samen iets doen. Die momenten zijn belangrijk voor een sterke band.
Vraag 3: antwoord B
Heel duidelijke, beschrijvende complimentjes vertellen je kind welk gedrag je leuk vindt en vergroten de kans dat je kind dat gedrag zal herhalen.
Vraag 4: antwoord A
Knuffelen wil zeggen dat je iemand graag ziet. Je moet wel rekening houden met wat je kind zelf leuk vindt: een stevige omhelzing lukt misschien niet, dicht bij elkaar op de bank zitten en samen tv kijken misschien wel.
Vraag 5: antwoord A
Problemen kunnen oplossen is een belangrijke vaardigheid in het leven. Begeleid je kind om een goede probleemoplosser te worden. Bedenk samen mogelijke oplossingen en kies samen de beste uit. Laat je kind de oplossing uitvoeren en bekijk samen of het werkt.
Vraag 6: antwoord C
Kinderen leren gedrag op verschillende manieren. Eén manier is gedrag nadoen. Als je iets verwacht van je kind, is het daarom goed om eerst zelf het goede voorbeeld te geven.
Vraag 7: antwoord C
Als kinderen zich aan de afspraak houden en het loopt af en toe eens mis, herinner het kind dan aan de afspraak. Zo geef je het de kans om te tonen dat het zich volgens de afspraak kan gedragen.
Vraag 8: antwoord A
Duidelijke regels, aangepast aan de leeftijd van je kind, vertellen je kind precies wat je verwacht. Op die manier leer jij je kind zich goed te gedragen.


Medewerker in de kijker
Thema zelfstandige kinderen
Thuis bij
Ouder in de kijker
Tiener in huis




